Alnus nigra, Zwarte els

Alnus nigra, Zwarte els is vrij klein en staat meestal bij water.
De plant groeit op alle gronden, maar verkiest nattere plaatsen zoals waterkanten.
De boom is meestal meerstammig. De schors is zwart-bruin, later met diepe groeven.
De zwarte els is gemakkelijk te herkennen aan de grote rond omgekeerde eironde bladeren.
De top is stomp, uitgerand en de randen zijn grof dubbel gezaagd.
De bladeren worden 4-11 cm lang en hebben vijf of zes nervenparen. De onderzijde is kaal met uitzondering van de nerfoksels. De jonge delen zijn kleverig.
De houtige, mannelijke katjes zijn geel en vallen niet uiteen bij rijpheid zoals bij berken(Betula). De vrouwelijke rood bruine vruchtkatjes zijn ovaal, deze zitten met drie tot vijf stuks samen en zijn gesteeld.
De elzenproppen worden gevormd door de vrouwelijke bloemen. Het zijn de schudbladeren van deze bloemen die houtig geworden zijn.
In hun oksels zitten de vruchtjes.
Bloeiperiode: februari,april
Hoogte: 24 meter
Standplaats: zon, halfschaduw